DSC_2376.jpg

degezichtenvanhaarlem

𝗕𝗲𝗿𝗲𝗻𝗱 𝗟𝗮𝘀𝗸𝗲𝗿: "In 1956 ben ik in Haarlem komen werken bij de toenmalige PTT. Na 10 jaar op het land werken in Drenthe had ik er meer dan genoeg van. Bij aankomst had ik nog geen kosthuis, maar een schoonmoeder van een collega had nog wel een kamer vrij en zodoende belande ik in de Pieter Kiesstraat 25 bij mevrouw Schutter. Daar heb ik 2,5 jaar gewoond. Mevrouw Schutter zette mij in de middag soms zulke volle borden eten voor die ik nooit op kreeg, ze zal wel gedacht hebben dat ik verhongerde. Met een collega vriend, die ook bij de PTT werkte ging ik dikwijls de stad in naar de bioscoop. Dat was heel wat voor mij. Ik ben christelijke opgevoed, dus dat soort dingen mocht ik echt niet, geen sprake van! Op een gegeven moment stelde die vriend voor om naar Zandvoort te gaan. Zodoende ging ik voor het eerst in mijn leven met de tram, zo van het Houtplein naar Zandvoort toe. Toen zag ik al dat water en ik dacht wat is dit in vredesnaam?! Ik was stomverbaasd. Zo veel water, ik had nog nooit de zee gezien, wist niet eens wat het was! De moeder van Door kende ik inmiddels al wel wat jaren. Door (Maria Dorothea): "Via de kerk. Omdat er veel Drentenaren, Groningers en Friezen naar hier kwamen om te werken, werd er gevraagd aan ons parochianen, om die jongelui op te vangen. Mijn moeder vond dat heerlijk! Die was net zo'n uitbundige als ik. Iedereen mocht daar in huis komen". Ben vervolgt: Ik ging dus dikwijls op zondag koffie drinken daar. Door had ik overigens nog nooit ontmoet. Uiteindelijk ontmoette we elkaar op het Station in Arnhem en het was gelijk raak.
In de Grote Houtstraat hebben we uiteindelijk onze verlovingsringen uitgezocht. Ik zie ons nog staan. In 1959 zijn we eerst het stadhuis getrouwd en in de Wilhelmina kerk hebben we elkaar het jawoord gegeven. Door: "Heel Drenthe, de familie kwam voor de trouwdag in een grote bus met chauffeur naar Haarlem, die hadden ze gehuurd voor de trouwdag. Het was een grote familie uit emmer Erfscheidenveen een klein plaatsje net boven Emmen. Die keken hun ogen uit in Haarlem. Dat was echt wat."In Haarlem voelde ik mij gelijk thuis, nooit heimwee gehad. In tegenstelling tot mijn broer, die vertrok naar Maastricht en had altijd heimwee. Haarlem is mijn thuis met Door."

dsc_2359.jpg

degezichtenvanhaarlem

𝗠𝗮𝗿𝗶𝗮 𝗧𝗵𝗲𝗼𝗱𝗼𝗿𝗮 𝗛𝗮𝗿𝘁: "Ik ben geboren in de Amsterdamse buurt in 1930 en op mijn tiende verhuisden we met gezin naar de Schalkwijkerweg 42. Mijn vader was bouw opzichter en die bouwde destijds daar nieuwe huizen, zodoende. Dat betekende dat we een uur moesten lopen naar school, maar dat vonden we niet heel erg hoor. Op mijn tiende begon ook de oorlog en een week na onze verhuizing uit de Amsterdamse buurt, wat denk je? Viel er een bom in onze oude tuin. Dat blijft je dus je leven lang bij. 
Op de Schalkwijkerweg zaten ten tijde van de oorlog heel veel onderduikers. Ze gingen zelfs wel via ons huis over het Spaarne, naar het seminarium in Heemstede waar ze konden onderduiken. Ik heb ondanks de oorlog een heerlijke jeugd gehad daar. We hadden heel veel vrijheid. Mijn moeder was weliswaar een gelovig vrouw maar wij mochten veel. Op zondag mochten christeljike mensen bijvoorbeeld niks, maar wij mochten gewoon in het Spaarne zwemmen van mijn moeder. "Dat heeft God echt niet verboden hoor" zei ze dan.
Onze buren daar waren Duitsers en toen de oorlog begon zijn zij als de wiedeweerga naar Duitsland vertrokken. Dat had niet gehoeven hoor. Het waren heel lieve mensen, deden geen vlieg kwaad. Die oorlog heeft zoveel verdriet en narigheid in de wereld gebracht, dat is niet voor te stellen en het was zo zinloos. Het is zo vreselijk geweest. Ons buurmeisje Julie Manthaler, daar hebben we nog foto's van. Samen op de schommel en de wip door vader gemaakt. Met mijn zus had ik het er laatst nog over hoe we door de dakgoot liepen, voorbij vader en moeders slaapkamerraam. We sprongen we dan zo op de garage, op het kolenhok de tuin in. 
Ten tijde van de oorlog had je voor ons huis weilanden en van moeder mochten we na de avondklok, na achten, nog wel sleeën op het weiland. De Duitsers hadden die laten onderlopen. Als we daar dan in de winter aan het prik sleeën waren hoorde we op de Vijfhuizersdijk dikwijls enorm gestamp. Wat denk je? Dat waren SS-ers. Dan hadden we gein joh. Want dat waren natuurlijk de vijanden van ons.Die SS'ers waren nog erger dan de Duitse soldaten zelf. Veel Duitse soldaten waren wel aardig. Ze waren er veel bij ons op de weg. Ze kwamen bij ons bijvoorbeeld alle fietsen ophalen. Iedere Haarlemmer moest zijn fiets inleveren. Hele boten met fietsen gingen naar Duitsland. 
Soms gooiden die jongens een granaat in het Spaarne en dan kregen wij de vis. Het laatste jaar van de oorlog was er niks meer. We hebben echt honger gehad. Het is niet voor te stellen nu. Die Duitsers gaven ons dan dus de vis. Die mannen wilde helemaal geen oorlog, maar ze moesten gewoon. 
Als kind daver je met je gedachten door de oorlog heen. Je zoekt de fijne dingen op. Hangt ook wel van je karakter af natuurlijk. Maar samen ga je opzoek naar de fijne dingen. Zoals het schaatsen met die stokken. Dan hadden we zon lol.
Maar mijn moeder heeft het niet best gehad. Nee..."

degezichtenvanhaarlem

𝗔𝗻𝗼𝘂𝗮𝗿 𝗧𝗼𝘂𝘇𝗮𝗻𝗶 𝟰𝟲 𝗷𝗮𝗮𝗿
"Ik woon hier al 20 jaar en ik voel mij vanaf het eerste moment thuis in Haarlem. Mijn zoon Fedi is een echte Mug!"

𝗙𝗮𝗱𝗶 𝗧𝗼𝘂𝘇𝗮𝗻𝗶 𝟭𝟭 𝗷𝗮𝗮𝗿
"Iedereen in Haarlem is heel aardig voor elkaar. Als je het leuk vindt om te zien wat ik maak abonneer je dan op mijn YouTube kanaal: Fadi Haarlem"

 

dsc_3306.jpg